Aan de totstandkoming van deze digitale encyclopedie wordt nog gewerkt.

Het Virginisch Schip

Uit De historische en eigentijdse encyclopedie van Eindhoven
Ga naar: navigatie, zoeken
Het pand na de verbouwing in 1968 (afbeelding archief Hüsken)
Het Virginisch Schip was in de 19e eeuw verenigd met zijn buurman op nummer 26. In 1910 werd nummer 26 afgebroken en herbouwd. Het pand, lager dan zijn nieuwe buurman, maar hoger dan zijn buurman aan de linkerzijde, staat hier inmiddels ruim 350 jaar. (afbeelding archief Hüsken)
Het magazijn uit 1922 achter het pand (afbeelding archief Hüsken)

Het Virginisch Schip, woonhuis met ververij en spinnerij uit circa 1650
Vrijstraat 28

De kap van het pand bestaat uit 4 delen, gedragen door de zijmuren en 3 spanten. Die hebben rechte staanders, maar opvallend zijn de ronde vorm van de korbeels en de gezaagde steekschoren met rechte zijden. De hier aangetroffen korbeels zijn gekromd en hebben een ronding die bol is. Gehakte telmerken komen op diverse plaatsen in de spanten voor. Alleen aan de onderzijde van de korbeels worden ijzeren nagels aangetroffen, alle overige bevestigingen zijn zogenaamde pen-gatverbindingen. Op grond van de aangetroffen situatie wordt de bouwdatum van deze kap geschat op circa 1600 tot 1650.
Tijdens een bouwhistorisch onderzoek in 2001 bleek het overgrote deel van het zeventiende-eeuwse pand nog volledig intact te zijn.

De oudst bekende gegevens van het pand dateren uit 1702. In dat jaar verdeelden de erfgenamen van wijlen Hendr. Snellaers diens nalatenschap, waarbij Margaretha Snellaers het "huys met het aangelag gelegen in de Vrijstraet genaemt Het Schipke" ontving. In de oudste aktes werd het pand nog 'Het Schipke' genoemd, in latere stukken is dit 'Het Virginisch Schip' geworden. Mogelijk verwijst die naam naar de handel, die werd gedreven met de Amerikaanse staat Virginia, waar toen al tabak vandaan kwam.

De zeventiende-eeuwse kap van het Virginisch Schip (afbeelding archief Hüsken)

Aankopen vanaf 1704:

in 1706 Dirck de Louw voor 500 gulden
in 1715 Nicolaas van der Schoot voor 1.955 gulden
in 1741 Hendrik van der Schoot voor 600 gulden. Bij die verkoop in 1741 werd bedongen dat de ijzeren plaat en lat met de 'bottelerije' moest worden verwijderd. Het ging vermoedelijk om een uithangbord, waarop reclame werd gemaakt voor de fabriek. Het gebouw is dus vermoedelijk tot 1741 een bottelarij, misschien ook brouwerij geweest.
in 1782 Willem Goedmakers voor 850 gulden
in 1790 Petrus van Dijck, koopman van beroep, voor 1.025 gulden
in 1796 slager Jan Francis Vriens voor 1.090 gulden
in 1810 Mejuffrouw Catharina van Baar, weduwe van Adam Raaymakers en de heer Theodorus van Lierop voor 2.600 gulden
in 1819 Matthijs Willems, fabrikant in 'katoene en wolle' goederen voor 2.600 gulden
in 1849 Wilhelmus Huysmans, notaris
in 1852 Bartholomeus Arnoldus van der Maden
in 1862 Franciscus Hubertus Raymakers, koopman. Hij liet het pand samen met het buurpand op nummer 26 verbouwen en als tabak- en snuiffabriek inrichten. Uit foto's (van veel latere datum) blijkt dat de voorgevels toen zijn verenigd en een gezamenlijk dak kregen. De ruime zolder werd als opslagplaats gebruikt.
in 1873 Leonardus Cornelis Adrianus Raymakers, een broer van de genoemde Franciscus Raymakers. Hij is tabaksfabrikant in snuif en karotten.In 1880 werden de panden weer in twee delen gesplitst. Het pand werd als winkel gebruikt.
in 1909 Johannes Hendrikus van der Heijden, behanger en stoffeerder van beroep. De voorgevel van het pand werd gemoderniseerd, maar uit foto's blijkt, dat de verbouwing aan de straatzijde beperkt bleef tot het veranderen van de boogramen in rechthoekige ramen.
in 1920 koopman Johannes Henricus Bernardus Willems. Hij vestigde een winkel met de naam De Olifant in het pand.
in 1922 werd achter het pand het losstaande bruine magazijn met het mansardedak gebouwd. In de adressengids uit 1926 werd door de winkel op dit adres als volgt reclame gemaakt: "In den Olifant, speciaal huis en degelijk adres voor: glas, porcelein en aardewerk. Grossier in galanterie en speelgoed van J.H. Willems Smulders". Vele jaren later is de winkel uitgegroeid tot een speelgoed-speciaalzaak.
circa 1938 Theodorus Henricus Antonius Willems, koopman van beroep. In 1968 liet Theodorus Willems een nieuwe gevelbekleding aanbrengen in de vorm van aluminiumkleurige vierkante panelen.
in 1988 speelgoedwinkel Bart Smit

Het pand is in 2002 verkocht aan een niet-Eindhovense projectontwikkelaar. Die greep kans het volledige pand, met uitzondering van de zijgevels en de kap, af te breken. De gevel moest op last van de gemeente daarna in de oude stijl worden hersteld. Binnen zijn nu appartementen en een winkel gevestigd.

Bron:
Jos en Bauke Hüsken, Eindhovens Verborgen Verleden, Zaltbommel, 2006.