Aan de totstandkoming van deze digitale encyclopedie wordt nog gewerkt.

De Burgh tot 1578

Uit De historische en eigentijdse encyclopedie van Eindhoven
Versie door Jfmhusken (overleg | bijdragen) op 7 sep 2020 om 16:10
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken
Impressie van kasteel in 1762 volgens een tekening van Jan Melssen.

Huize De Burgh

In het Eindhovens Dagblad van 12 november 1955 verscheen een artikel, waarin melding wordt gemaakt van de vondst van een tekening van De Burgh uit 1762. Daarbij wordt de conclusie getrokken, dat dit huis uit de achttiende eeuw stamt en dat de naam "De Burgh" een fantasienaam is, die een graag deftig doende familie aan dit huis zou hebben gegeven. De schrijver van onderstaand artikel (Jan Th.M. Melssen) vond daarin aanleiding om in de literatuur en archiefstukken na te gaan of dit inderdaad zo was. Hierna volgt dan het resultaat van een jarenlang onderzoek naar het oudste verleden van huize De Burgh.

Huize De Burgh, als zodanig voor het eerst genoemd in de papieren betreffende de nalatenschap van Willem Hanegreeff († 1557 of 1558), ontstaat laatstelijk in de eerste helft van de 16e eeuw binnen het goederencomplex, genaamd het goed Ter Hagen te Stratum. De Burgh maakt dus deel uit van dit leengoed. Dit artikel begint daarom met de oudst bekende gegevens betreffende het Cranendonkse leengoed Ter Hagen, dat dus in feite identiek is aan huize De Burgh c.a. Let op: Jan Melssen heeft deze bewering zelf ontkracht in het boek "De Burgh van barmhartigheid".

Alhoewel de naam Ter Hagen nog tot 1664 in de stukken voorkomt, kunnen wij toch stellen, dat sinds het laatste kwart van de 16e eeuw de naam De Burgh meer en meer voorkomt in plaats van Ter Hagen. De oudste naamvorm van huize De Burgh is "burchsken" (1569), gevolgd door Borchsken (1577), Borghsken (1639) en Borgje (1716). Al deze vormen worden voorafgegaan door het lidwoord "het". Het lidwoord "de(n)" vindt men pas sinds 1736 in de stukken terug. In 1749 veranderd de "o"- in een "u"- klank en zien we de huidige vorm "de(n) Burgh" ontstaan. Terwijl in 1569 nog wordt gesproken over een "huis of Burchsken", weten we sedert 1578 dat dit huis "omgraven" is. In 1624 heet De Burgh: een huis, omwaterd met optrekbrug, met hoeven, schuren, stallen,-beemden, landen, heiden, weiden en groesen. In 1627 wordt het huis een “Hooghuis” genoemd.

Natuurlijk kan men aan de hand van de tekening in de krant een datering van de daarop voorkomende Burgh doen. Ik kan me echter moeilijk voorstellen, dat de heren van dit huis in de periode 1700-1762 dit huis hebben gebouwd. Het lijkt mij waarschijnlijker, dat dit in de tweede helft van de 17e eeuw is geschied, toen de rijke Willem van Taterbeeck de scepter over dit leengoed zwaaide en er woonde.

Huize De Burgh op een foto uit het begin van de 20e eeuw. (Afbeelding van Eindhoven in Beeld)
Over de vroegste geschiedenis van het huis tasten wij, zoals bij zovele andere zaken het geval is, in het duister. Opvallend is echter, dat reeds in de 14-e eeuw een aantal goederen (= boerderijcomplexen) in de directe omgeving van Eindhoven als versterkte goederen is aangeduid, bijv. Ten Bogaerde, Ten Broeck, Ter Lijmbeecke, Ter Bruggen, Ter Hagen. Ons inziens zijn deze hoeven delen geweest van één groot goederencomplex, waarvan het kasteel Die Hage bij de samenloop van de Dommel en de Gender het middelpunt zal zijn geweest.

Op de plaats waar wij later de naam van het leengoed Ter Hagen tegenkomen, stond in 1325 waarschijnlijk het "huys van Straethom", dat wordt genoemd in een uitgiftebrief van hertog Jan III van Brabant. Als in die jaren wordt gesproken van een "huys van Straethom" dienen wij daaronder te verstaan een versterkt of stenen huis. Het lag aan de grens van de gemeint van Eindhoven en Stratum, die in het bezit van de hertog was. Hertogin Johanna zegt in februari 1389, als een deel van de gemeint wordt verkocht voor de versterking van Eindhoven: "mijn heerlijkheid Goordonk en Poedersel" (=Stratum).
Omstreeks datzelfde jaar komen we Ter Hagen wel tegen in een Bossche schepenakte. Onzeker, doch wel waarschijnlijk, is of hier het Stratumse Ter Hagen wordt bedoeld. Uit de 14e eeuw zijn ons geen heren van Ter Hagen bekend.
In het boek "De Burgh van barmhartigheid" (pagina 44-46) schrijft Jan Melssen, de auteur van het hier gepubliceerde stuk, dat historicus C.A. Kuysten destijds ten onrechte heeft geconcludeerd, dat het "huys van Straethom" de voorganger van huize De Burgh zou zijn. De tekst met betrekking tot de bezittingen en de families die hierna zijn vermeld, hebben betrekking op het leengoed Ter Hagen, dat in het noorden van Stratum heeft gestaan en niet hetzelfde is als huize De Burgh. Na de oorspronkelijke tekst uit het Gruun Buukske geven wij een korte samenvatting van het door Jan Melssen gepubliceerde in het boek "De Burgh van barmhartigheid".

Met behulp van de fiches, die wijlen de heer F.W. Smulders van het Bosch Protocol heeft gemaakt, is het mogelijk de geschiedenis van het leengoed Ter Hagen te laten beginnen in 1436.

De oudste, tot nu toe bekende leenman - Ter Hagen was een Cranendonks leen - is Wautger Henricksz. van der Haghen, die vóór 1436 op het leen overleed. Op 3 april 1436 verkopen Goyart Henricksz. van den Wiel, man van Katelijn, weduwe van Wautger van der Haghen, en Hubrecht Wautgersz. van der Haghen alle beesten op de hoeve Die Hage aan Gevart Brugman. Enkele maanden later, op 16 augustus 1436, draagt Goyart van den Wiel zijn vruchtgebruik in de hoeve "tgoet ter Hagen" over aan zijn stiefzoon Hubrecht en op 4 september van dat jaar beloven genoemde Goyart en Hubrecht een pacht uit de hoeve "tgoet ter Haghen", sito in prochia de Woenssel ad locum dictum Strathem iuxta Eyndhoven" aan Gerrit Steenwech. Op 25 juni geeft Goyart van den Wiel het vruchtgebruik in de genoemde hoeve over aan Hubrecht, Jan, Henrixken, Margriet, Katherijn en Marie, kinderen van wijlen Wautger van der Haghen en Katelijn.

Ansichtkaart van huize De Burgh na de vernieuwing in 1912.
Het leengoed wordt dan als volgt omschreven: “een huis, een erf, een hof en aangelag te Strathem bij Eyndhoven, tussen de gemeint en de gemene akkers, strekkende van Willem Jan Erkemans tot (wijlen) Peter Sweders”. Verder geeft hij het vruchtgebruik over in die Wolfhage, die Voertakker, die Strijpakker, die Boenhof-beemd, die Zand-beemd, die Zandberg, die Schuerbeemd, die Schuerakker, den Hertakker, den Haghebeemd, den Hagheakker aan de Dommel, den Brughakker, een akker in dat Wuesthuis, de akker "dat Cloetken", de Willighakker, de Vlasakker, de Scerpakker en land in de Hazewechter, die alle tesamen één hoeve land vormen.

Dezelfde dag verkopen genoemde kinderen de genoemde goederen aan Michiel Michiel Fykens. De lasten, die Michiel daarnaast overneemt, zijn: 13 oude groten grondcijns, 2 mud rog aan heer Dirck Rolofs, priester, ½ mud rog aan het klooster die Haghe bij Eindhoven, 1½ mud rog lijfpacht aan Lijsbeth Achtscillincx. De familie Van der Haghe belooft Michiel voor St.Jan a.s. te zullen vesten in voornoemd leengoed, ten overstaan van het leenhof, waarvan dit goed ten leen hangt. Op 4 mei 1471 doet Michiel afstand van het leengoed Ter Haghe voor stadhouder en leenmannen van het leenhof van Cranendonk ten behoeve van zijn zoon Henrick, die er dezelfde dag mee wordt beleend.

Henrick Michiels overlijdt eind 1506 op het Steenen Huys te Stratum. Zijn zoon Michiel volgt hem op. Deze Michiel Henrickx uit Eindhoven trouwt kort vóór 1509 met Johanna van Horne, een bastaarddochter van graaf Jacob II van Horne, en wordt genoemd als stadhouder van de heer van Eindhoven (1524) en drossaard van het land van Cranendonk (1521-1524).

Op 25 februari 1521 ontvangt hij in de naam van Walburg van Manderscheid, vrouwe van Cranendonk en weduwe van Frederik van Buren, het land, het slot, de stad, de dorpen en de heerlijkheden van Cranendonk, Eindhoven, Soerendonk, Maarheeze en Budel, om die voor haar in vruchtgebruik te bezitten. Michiel overlijdt in de zomer van 1524 en wordt in zijn leengoed opgevolgd door zijn oudste zoon Henrick, die naar het buitenland vertrekt. Nadat men jaren niets meer van hem heeft vernomen, wordt zijn broer Willem Michielsz. (alias) Hanegreeff op 4 mei 1546 met Ter Haghe beleend.

Deze Willem Hanegreeff is de oudst bekende bezitter van huize De Burgh, daar deze naam voor het eerst in de papieren nalatenschap van Willen verschijnt.
Willem is drossaard van het huis en de heerlijkheid van Altena en tevens drossaard van Woudrichem geweest en mogelijk ook schout van Eindhoven en Woensel (1553-1557). Hij overlijdt met zijn vrouw en twee van zijn vier kinderen einde 1557 te Woudrichem aan de pest.
Daar zijn dochters dan nog minderjarig zijn, wordt op 29 september 1560 Rycalt Coenen van Zegenwerp, getrouwd met een zuster van Willem Hanegreeff en daardoor oom van de minderjarige kinderen, met Ter Haghe beleend, zolang de oudste dochter Johanna minderjarig of ongehuwd zal zijn.

Enige jaren later huwt Johanna met Alexander Verbruggen en zij houden het leengoed zelf in handen, tot dat zij Ter Haghe op 4 december 1578 verkopen. Het goed wordt dan als volgt omschreven: "een omgraven huys met eene hoeven daarbij gelegen, te weten huisinge op de voornoemde hoeve staande, schuur, schaapskooien, hoven, boomgaarden, akkerlanden, weilanden, heidevelden, vennen enz., samen 51 lopenzaad groot, genoemd " de hoeve ter Hagen", alles met grachten, wallen, visserijen, houtgewassen enz., niets uitgezonderd". Het goed wordt op genoemde datum verkocht aan Catharina van Strijp, de vrouw van Willem Willemsz. van Taterbeeck de jonge.

Samenvatting van de tekst van Jan Melssen in het boek "De Burgh van barmhartigheid"
Huize De Burgh lag op het leengoed Ter Hagen. Die naam Ter Hagen wordt op 25 juni 1437 voor het eerst genoemd in een transportakte. Daarin wordt beschreven dat het goed Ter Hagen door de kinderen van Wautgher van der Hagen wordt overgedragen aan Michiel Michiels Henricks. In de cijnsregisters blijkt het tot 1437 in handen te zijn geweest van Wautgher van der Hagen en zijn weduwe Katharina. De kinderen van Henrick van der Hagen (de vader van Wautgher) bezaten het eerder en daarvoor was het eigendom van Jan van Dommelen, een oom van moederskant van Wautgher. Jan van Dommelen had het goed geërfd van zijn (over)grootouders Henrick en Erka Kist (Kuyst). En daarvoor was het mogelijk in bezit geweest van Ghevart Wijnman. Het complex Ter Hagen is tussen 1340 en 1400 aanzienlijk uitgebreid en bestond dus al in de 14e eeuw.
De hoeve Ter Hagen, die later is afgebroken, lag ten oosten van huize De Burgh. Een directe relatie tussen de hoeve Ter Hagen en het leengoed Ter Hagen is erg aannemelijk.


Jan Melssen 1976
in: 't Gruun Buukske 1976-35, 45, 69 en 1976-99

literatuur: -De Burgh van Barmhartigheid, M. de Louw, Eindhoven 2012