Aan de totstandkoming van deze digitale encyclopedie wordt nog gewerkt.

De Tafel van de H. Geest

Uit De historische en eigentijdse encyclopedie van Eindhoven
Versie door Jfmhusken (overleg | bijdragen) op 26 jun 2022 om 16:45 (Nieuwe pagina aangemaakt met '<big>'''De tafel van de H. Geest te Eindhoven<br>'''</big> <br> Over het ontstaan van de Tafel van de H. Geest<sup>1</sup> te Eindhoven tast men, wat bronnenmateri...')
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

De tafel van de H. Geest te Eindhoven

Over het ontstaan van de Tafel van de H. Geest1 te Eindhoven tast men, wat bronnenmateriaal betreft, in het duister.
"Tafel" was aanvankelijk de benaming voor "inkomsten van een stichting", later van de stichting zelf. De H.Geest werd in de Middeleeuwen aanbeden als Vader der armen (Pater pauperum) en Schenker der liefdesgaven (Dator immerum). De naam zelf duidt dus al op een kerkelijke oorsprong.
Dat de secularisatie zich in het laatste kwart van de vijftiende eeuw reeds voltrokken had, blijkt uit de oudste in Eindhoven aanwezige stukken. De Tafel is dan echter nog niet volledig ondergeschikt aan de magistraat. Zij treedt zelfstandig op in allerlei rechtshandelingen. Geen enkele aanduiding van lastgeving is in de stukken uit die tijd te vinden. De rekeningen werden echter al wel door de schepenen afgehoord, soms uitgebreid met de burgemeesters, raden en "andere naegebueren".
Op welke wijze en door wie de H. Geestmeesters aangesteld werden, is ook onbekend. Wel ontvingen ze oorspronkelijk ieder een loon van 12 gulden, 10 stuiver uit de inkomsten van de Tafel. Dit was omstreeks 1600 niet meer het geval.
De Tafel zelf was bloeiend te noemen. Naast vele inkomsten uit renten, jaargelden, chijnsen in geld en natura en vele giften, bezat ze onroerende goederen, die verhuurd werden. Haar voornaamste eigendom was het stadhuis of gasthuis, waar normaal de uitdelingen werden gedaan. Alleen in tijden van belegeringen gebeurde dat in de St. Catharinakerk, "op die kyste".
Verder konden er reizigers en pelgrims overnachten, kraamvrouwen en zieken verpleegd worden en arme gezellen werk krijgen. Er was een kapel, een brouwerij en een herberg in gevestigd, en misschien ook de lombard. Het bood plaats voor de vergaderingen van de burgemeesters, schepenen en anderen. Op de zolders werd het geïnde koren opgeslagen.
Op den duur werd het grootste gedeelte van het stadhuis ter beschikking gesteld aan de magistraat (schepenkamer, secretarie, gevangenis etc.), terwijl een ander gedeelte verhuurd werd aan een herbergier. In 1805 werd een deel ingericht als onderkomen voor de Nederduitse school, naar aanleiding waarvan in 1812 door het Bureau Auxiliaire nog moeilijkheden werden gemaakt.

Mevr. A.M.W. Demarteau-v.d. Moosdijk.
In: 't Gruun Buukske januari en maart 1975

noten:
1. Uit de Tafel van de H. Geest is via het Bureau Auxiliaire de Bienfaisance het Algemeen (Burgerlijk) Armbestuur voortgekomen, de voorganger van de tegenwoordige Sociale Dienst.

Dit artikel verscheen eerder in 1972 als inleiding tot de inventaris van het archief van de Tafel van de H. Geest te Eindhoven.
De noten bij de tekst zijn hier niet opgenomen; zie hiervoor de inventaris. Red.)