Aan de totstandkoming van deze digitale encyclopedie wordt nog gewerkt.

Johannes de Vlam: verschil tussen versies

Uit De historische en eigentijdse encyclopedie van Eindhoven
Ga naar: navigatie, zoeken
 
Regel 8: Regel 8:
  
 
Op 2 december 1853 werd De Vlam met ingang van het nieuwe jaar benoemd tot hoofd van de openbare school in Eindhoven. Dat wilde niet zeggen, dat hij toen ophield met studeren, want daarna behaalde hij nog een diploma voor de Franse taal en op 27 mei 1868 slaagde hij voor de middelbare opleiding Nederlandse taal- en letterterkunde. Dat De Vlams capaciteiten ook buiten Eindhoven werden gewaardeerd bleek in 1857, toen hij tot het groepje onderwijzers behoorde die op voordracht van de provinciale Commissie van Onderwijs als blijk van waardering voor de jarenlange, trouwe vervulling van hun plichten van Gedeputeerde Staten een boekwerk kregen aangeboden.(1)<br />
 
Op 2 december 1853 werd De Vlam met ingang van het nieuwe jaar benoemd tot hoofd van de openbare school in Eindhoven. Dat wilde niet zeggen, dat hij toen ophield met studeren, want daarna behaalde hij nog een diploma voor de Franse taal en op 27 mei 1868 slaagde hij voor de middelbare opleiding Nederlandse taal- en letterterkunde. Dat De Vlams capaciteiten ook buiten Eindhoven werden gewaardeerd bleek in 1857, toen hij tot het groepje onderwijzers behoorde die op voordracht van de provinciale Commissie van Onderwijs als blijk van waardering voor de jarenlange, trouwe vervulling van hun plichten van Gedeputeerde Staten een boekwerk kregen aangeboden.(1)<br />
In Eindhoven leerde De Vlam Maria Anna Keunen kennen, dochter van de leerfabrikant Henricus Keunen en Joanna Petronella Schutjes. Op 7 augustus 1856 trouwde hij met haar. Het echtpaar kreeg drie kinderen: Johan Josef Maria Aloysius (1857-1864), Maria Hendrika Adriana (1859-1930),die trouwde met sigarenfabrikant Johan Wilhelm Lodewijk van der Putt (1858-1933) en Johan Jozef Julius (1866-1942), die trouwde met Bertha Elisabeth Joanna van Migem (1872-1949). Laatstgenoemde was compagnon van zijn zwager in de sigarenfabriek van [[Fa. van der Putt & de Vlam|Van der Putt en De Vlam]] en werd daarnaast onder meer bekend als lid van de colleges van Provinciale en Gedeputeerde Staten.<br />
+
In Eindhoven leerde De Vlam Maria Anna Keunen kennen, dochter van de leerfabrikant Henricus Keunen en Joanna Petronella Schutjes. Op 7 augustus 1856 trouwde hij met haar. Het echtpaar kreeg drie kinderen: Johan Josef Maria Aloysius (1857-1864), Maria Hendrika Adriana (1859-1930),die trouwde met sigarenfabrikant Johan Wilhelm Lodewijk van der Putt (1858-1933) en Johan Jozef Julius (1866-1942), die trouwde met Berthe Elisabeth Joanna van Migem (1872-1949). Laatstgenoemde was compagnon van zijn zwager in de sigarenfabriek van [[Fa. van der Putt & de Vlam|Van der Putt en De Vlam]] en werd daarnaast onder meer bekend als lid van de colleges van Provinciale en Gedeputeerde Staten.<br />
  
 
J.J. de Vlam was vanaf de opening in 1859 tevens hoofd was van de rijksnormaalschool, die later "kweekschool" en nog later "pedagogische academie" zou worden genoemd. In 1865 werd aan zijn lagere school nog een ulo-opleiding verbonden. In 1868 nam De Vlam naast dit werk de supervisie op zich van de Stratumse normaalschool die de Zusters van Liefde uit Tilburg daar voor ordegenoten opzetten.(2) In 1869 werd hij ook directeur van de normaalschool van de Zusters Franciscanessen in Oirschot; in 1878 zou A. Bogaerts, die eveneens aan de Eindhovense normaalschool doceerde, deze taak van hem overnemen. (3) Rond 1870 hielp hij tenslotte samen met A. Bogaerts de Schijndelse pastoor Ceelen bij het oprichten van een normaalschool bij de Zusters van Liefde aldaar.(4)<br />
 
J.J. de Vlam was vanaf de opening in 1859 tevens hoofd was van de rijksnormaalschool, die later "kweekschool" en nog later "pedagogische academie" zou worden genoemd. In 1865 werd aan zijn lagere school nog een ulo-opleiding verbonden. In 1868 nam De Vlam naast dit werk de supervisie op zich van de Stratumse normaalschool die de Zusters van Liefde uit Tilburg daar voor ordegenoten opzetten.(2) In 1869 werd hij ook directeur van de normaalschool van de Zusters Franciscanessen in Oirschot; in 1878 zou A. Bogaerts, die eveneens aan de Eindhovense normaalschool doceerde, deze taak van hem overnemen. (3) Rond 1870 hielp hij tenslotte samen met A. Bogaerts de Schijndelse pastoor Ceelen bij het oprichten van een normaalschool bij de Zusters van Liefde aldaar.(4)<br />

Huidige versie van 28 nov 2019 om 09:23

Vlam, J J. de, hoofd der school

Johannes Josephus de Vlam, hoofd der school (afb. RHCe)
*Rijbergen 21 maart 1828
† Eindhoven 20 januari 1898

Johannes Josephus de Vlam werd op 21 maart 1828 in Rijsbergen geboren, als zoon van de plaatselijke hoofdonderwijzer Johannes de Vlam, die zelf uit het Gelderseijchen kwam, en Adriana van den Eeden, die geboortig was van het nu Belgische Meerle.
Op 24 juli 1844 behaalde hij zijn onderwijzersakte vierde rang, op 22 april 1846 zijn derde rang en op 6 en 7 april 1853 zijn tweede rang. Inmiddels werkte hij als hulponderwijzer op de kostschool van J. de Smit in Boxmeer, maar hij had voordien al als hulponderwijzer voor de klas had gestaan in Rijsbergen en Leur. Hoe lang De Vlam in Leur heeft gewerkt is onbekend, omdat zijn inschrijving in het bevolkingsregister datum van vestiging, noch van vertrek vermeldt. In Rijsbergen werd hij pas voor het eerst uitgeschreven bij zijn vertrek naar Boxmeer op 12 september 1852.

Op 2 december 1853 werd De Vlam met ingang van het nieuwe jaar benoemd tot hoofd van de openbare school in Eindhoven. Dat wilde niet zeggen, dat hij toen ophield met studeren, want daarna behaalde hij nog een diploma voor de Franse taal en op 27 mei 1868 slaagde hij voor de middelbare opleiding Nederlandse taal- en letterterkunde. Dat De Vlams capaciteiten ook buiten Eindhoven werden gewaardeerd bleek in 1857, toen hij tot het groepje onderwijzers behoorde die op voordracht van de provinciale Commissie van Onderwijs als blijk van waardering voor de jarenlange, trouwe vervulling van hun plichten van Gedeputeerde Staten een boekwerk kregen aangeboden.(1)
In Eindhoven leerde De Vlam Maria Anna Keunen kennen, dochter van de leerfabrikant Henricus Keunen en Joanna Petronella Schutjes. Op 7 augustus 1856 trouwde hij met haar. Het echtpaar kreeg drie kinderen: Johan Josef Maria Aloysius (1857-1864), Maria Hendrika Adriana (1859-1930),die trouwde met sigarenfabrikant Johan Wilhelm Lodewijk van der Putt (1858-1933) en Johan Jozef Julius (1866-1942), die trouwde met Berthe Elisabeth Joanna van Migem (1872-1949). Laatstgenoemde was compagnon van zijn zwager in de sigarenfabriek van Van der Putt en De Vlam en werd daarnaast onder meer bekend als lid van de colleges van Provinciale en Gedeputeerde Staten.

J.J. de Vlam was vanaf de opening in 1859 tevens hoofd was van de rijksnormaalschool, die later "kweekschool" en nog later "pedagogische academie" zou worden genoemd. In 1865 werd aan zijn lagere school nog een ulo-opleiding verbonden. In 1868 nam De Vlam naast dit werk de supervisie op zich van de Stratumse normaalschool die de Zusters van Liefde uit Tilburg daar voor ordegenoten opzetten.(2) In 1869 werd hij ook directeur van de normaalschool van de Zusters Franciscanessen in Oirschot; in 1878 zou A. Bogaerts, die eveneens aan de Eindhovense normaalschool doceerde, deze taak van hem overnemen. (3) Rond 1870 hielp hij tenslotte samen met A. Bogaerts de Schijndelse pastoor Ceelen bij het oprichten van een normaalschool bij de Zusters van Liefde aldaar.(4)
Toen hij op 1 januari 1879 25 jaar aan de lagere school verbonden was, werd hem door zijn oud-leerlingen een gedenkalbum aangeboden dat o.m. een opdracht bevatte van oud-leerling pater G.T. Jonckbloet S.J. en de gecalligrafeerde namen van de schenkers. Dit boek is lange tijd in het bezit van Museum Kempenland geweest (momenteel het Eindhoven Museum).
Op 1 mei 1893 werd De Vlam als hoofd van de lagere school opgevolgd door C.A. Krabbendam, die hem in 1897 ook opvolgde als hoofd van de rijksnormaalschool, nadat De Vlam per 1 januari 1897 was aangesteld tot arrondissementsschoolopziener.

Behalve naar het onderwijs ging De Vlams liefde uit naar de Nederlandse taal. Er zijn een aantal gedichten van hem bewaard gebleven. Verder publiceerde hij veelal onder pseudoniem stukken van letterkundige en pedagogische aard in tijdschriften en onderwijsbladen en bijdragen over het Meierijsche dialect in het boek van Schelde tot Weichsel door Leopold.(5)
J.J.de Vlam overleed te Eindhoven op 20 januari 1898.

Noten

1. Collectie Heemkundige Studiekring Kempenland, dossier De Vlam.
2. A.M. Lauret, Per Imperatief mandaat (Tilburg 1967) 105.
3. Meierijsche Courant 26 januari 1898; mededeling Zuster Theonée.
4. J. van Oorschot, Eindhoven een samenleving in verandering (Eindhoven) 1982) 323-324.
5. H.N.OuwerlIng, Ter herinnering aan de weledelgestrengen heer Jan Jozef de Vlam, oud-hoofd der school, oud-directeur der normaalschool en arrondissementsschoolopziener te Eindhoven (Eindhoven 1898) 61


J. Spoorenberg in ’t Gruun Buukske 1993, 60