Aan de totstandkoming van deze digitale encyclopedie wordt nog gewerkt.

Pierre Boyens

Uit De historische en eigentijdse encyclopedie van Eindhoven
Versie door Jack (overleg | bijdragen) op 27 aug 2013 om 22:07
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Boyens,Pierre (Jan Peter), docent nederlands en geschiedenis

  • Sweikhuizen/Schinnen 19 december 1901

† Eindhoven 2 september 1991

Als zoon van landbouwer Jan Hubert Boyens (1860-1937) en Maria Josepha Petri (1870-1942) studeert hij na het gymnasium op Rolduc te Kerkrade Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Rijksuniversiteit Utrecht met als bijvak geschiedenis.

In 1927 slaagt hij voor zijn doctoraalexamen. Hij is dan al vanaf 1 april 1925 leraar Nederlands aan het Gymnasium Augustinianum te Eindhoven, waar hij later na de komst van neerlandicus Hein Mandos vrijwel uitsluitend het vak geschiedenis zal geven. Op 16 augustus 1929 trouwt hij bankemployé Helena Francisca Geenen (1901-1972), dochter van architect Gerard Geenen en zus van architect ir. Kees Geenen. Uit het huwelijk worden drie dochters geboren.

Op 7 juli 1931 promoveert hij bij prof. dr. C.G.N. de Vooys te Utrecht op het proefschrift Mr. Carel Vosmaer, wat negatieve reacties als ‘een postzegelverzameling van Vosmaeriana’ en ‘een compilatiewerk’ oplevert.

Op 1 augustus 1968 neemt hij van het Augustinianum afscheid en zet zijn docentschap aan het Eindhovens Protestants Lyceum voort om zijn 50-jarig jubileum als docent in 1975 te kunnen vieren.

In 1976 wordt hem de koninklijk onderscheiding ridder in de Orde van Oranje-Nassau opgespeld door zijn oud-leerlingen en bewindslieden Dries van Agt en Hans Gruijters. Als leraar wordt hij geprezen omdat hij met zijn onderhoudende manier van vertellen, doorspekt met humor, de aandacht van zijn leerlingen weet vast te houden.

Zijn jeugdherinneringen aan zijn geboortedorp vertelt hij voor Radio Omroep Zuid en zijn schoolherinneringen publiceert hij in het Rolducs’s Jaarboek.

Zijn dochter José Boyens (Eindhoven 1931) studeert eveneens Nederlands, geeft les aan het Catharinalyceum (na 1968 Van Maerlant Lyceum) te Eindhoven en later aan de Gelderse Leergangen te Arnhem. Zij promoveert te Utrecht in 1974 op de beeldhouwer Oscar Jespers (bewerking van dissertatie met oeuvrecatalogus, Antwerpen 1982) en schrijft vooral artikelen over beeldhouwers.

in o.a. Ons Erfdeel, monografieën en boeken over beeldhouwkunst zoals Traditie en experiment. Tien Nederlandse beeldhouwers (Venlo 1982), De druppel holt de steen uit. Elf Nederlandse beeldhouwers (Venlo 1986), Beeldhouwers Oscar Jespers 1887-1970 / Theresia van der Pant / Piet Killaars / Hanneke Mols-van Gool (Hapert 1989), Ruimte in beeld (Venlo 1991), De Genesis van Bezette Stad (Antwerpen 1995), Arie Berkulin (Bergeijk 1996 en 2001), Leo de Vries, beelden (Hilversum 1998) en samen met haar achterneef Piet Boyens Expressionisme in Nederland 1910-1930 (Zwolle 1994). pth

Bronnen:

  • J.P. [Boyens], Memoires van een jeugdig leraar, in: Primula Veris 1948 (?), 131-135
  • H. van Osch, Piet Boyens vijftig jaar leraar. ’n Tien en ’n griffel voor “Den Booy”, in: Eindhovens Dagblad van 29 maart 1975, 13
  • Joop van 't Hoop en Peter van Overbruggen, Eeuwige Jeugd. Een eeuw Augustinianum, Eindhoven 1998