Aan de totstandkoming van deze digitale encyclopedie wordt nog gewerkt.

De Groote Sterre

Uit De historische en eigentijdse encyclopedie van Eindhoven
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De neoclassicistische voorgevel van het pand De Sterre of De Groote Sterre aan het Stratumseind

De Groote Sterre of De Sterre

Logement en herberg

In 1678-1679 door Johan Smits gebouwd aan de Korte Steenweg, het huidige Stratumseind. Smits werd in de diverse aktes zowel als moutmaker, brouwer en tapper en ook als burgemeester van Eindhoven genoemd.

Vanaf 1735 was Johan van Boeckel, afkomstig uit Bocholt in het Land van Luik, de eigenaar van de herberg, bestaande uit twee huizen en een aantal bijgebouwen. De erfgenamen van Van Boeckel verkochten het pand in 1817 aan handelaar Johannes van Oorschot. Een jaar later, in 1818, stond Van Oorschot zijn pand af aan het Rijk, die er de Rechtbank van Eerste Aanleg in huisvestte.

Het huis van arrest bevond zich aan de binnenplaats achter de oude herberg. Daarachter lag nog een stal en de tuinen van de voormalige herberg. De rechtbank moet het pand direct na juni 1818 hebben betrokken, want al in 1819 deed de zittende president van de rechtbank zijn beklag over het inkwartieren van dragonders en paarden in de stalling van het huis De Ster.

De binnenplaats van het pand De Sterre of De Groote Sterre met een klein onderdeel van de oude gevangenis

Het provinciale blad De Noord Brabander publiceerde in mei 1841 het volgende bericht: "Aanbesteding van: Het gedeeltelijk afbreken en vernieuwen van het lokaal voor de Arondissements Regtbank te Eindhoven, mitsgaders het doen van eenige veranderingen, herstellingen en verdere werkzaamheden aan hetzelfde gebouw". Het grootste deel van herberg De Groote Sterre werd toen afgebroken om plaats te maken voor de nieuwe rechtbank in de neoclassicistische bouwstijl. Het pand kreeg later de naam Justitia (Stratumseind 32).


Bronnen:

  • Verborgen Verleden van Eindhoven. J. en B. Hüsken, Zaltbommel 2006
  • De Krabbedans, J. Stalpers, J. Melssen en A. Thijssen, Eindhoven 1984