Aan de totstandkoming van deze digitale encyclopedie wordt nog gewerkt.

Het stadhuis uit 1554

Uit De historische en eigentijdse encyclopedie van Eindhoven
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het stadhuis uit 1554

Het gasthuis van de Tafel van de Heilige Geest, gebouwd na de stadsbrand van 1554, werd vanaf 1564 consequent stadhuis genoemd. Afbeelding: tekening van A.P. Hermans

Het gasthuis, gebouwd in 1486, was geen lang leven beschoren; in januari 1554 werd de stad door een enorme stadsbrand getroffen. Grote delen van de stad gingen in vlammen op en ook het gasthuis werd verwoest.
Het gasthuis van de Heilige Geest werd in datzelfde jaar weer herbouwd. De bouw stond onder leiding van Peter van Dornick. Bakstenen werden in steenovens in Stratum en Strijp gebakken, het nodige leem en zand werd in Stratum gehaald, hout in de Beerzen, balken in Luik, leien in ’s-Hertogenbosch en vier mergelstenen in Maastricht. Die stenen werden gebruikt om het gasthuis met de wapensymbolen van de stad (een leeuw en horens) en het jaartal “1554” te versieren. De Tafel van de Heilige Geest bleef de eigenaar van het gebouw, de stad deed geen enkele geldelijke bijdrage.
In het nieuwe gebouw werd weer een brouwhuis ingericht, die dat daarna ook als herberg werd gebruikt.

De vergaderingen van de magistraat (drossaard, borgemeesters, schout, schepenen en de secretaris) vonden na 1554 in het nieuwe gasthuis plaats. Vanaf 1574 wordt de ruimte op de begane grond van het stadhuis niet gerieflijk genoeg geacht. Men besluit om dan in een zaal boven, op de verdieping, vergaderen.

Het gasthuis wordt vanaf circa 1564 “stadhuis” genoemd. De stad betaalde geen huur aan de Tafel van de Heilige Geest, maar betaalde in 1555-1556 wel voor een slot en een sleutel, hetgeen aantoont, dat de stad mede-verantwoordelijkheid bezat voor (en deel van) het gebouw. Bovendien kwam het onderhoud voor het gebouw voor rekening van de stad.

De plattegrond van het oude stadhuis, zoals door archivaris A.P. Hermans werd getekend.

Na de invoering in 1811 van de Franse administratie van het justitiewezen moesten de rechterlijke archieven en de bestuursarchieven worden gescheiden. Alle bestuurlijke archieven moesten vervolgens bij de gemeenten (Eindhoven, Gestel, Stratum, Strijp en Woensel) worden bewaard, terwijl het rechterlijke archief in de rechtbank zou worden bewaard.
Wegens plaatsgebrek werden de rechterlijke archieven toch maar op de bovenverdieping van het stadhuis in de Rechtestraat opgeslagen en verzegeld.

Na 1817 betaalde de stad een bedrag van 110 gulden per jaar wegens erfpacht. In 1864 kocht de gemeente de erfpacht af voor een bedrag van 2.444,50 gulden en was daarmee eigendom van de gemeente geworden. Die brak het gebouw direct af. De commissaris van de Koning heeft de gemeente wegens die afbraak nog een reprimande gegeven, omdat je ook in die tijd niet zomaar een monumentaal pand mocht slopen. Maar die kwam te laat.

Bronnen:
-Melssen, Jan: De geschiedenis van Eindhoven tot omstreeks 1570, In: Sporen onder de Kempische stad, Nico Arts e.a.,Eindhoven 1992, pg 79, 91
-Spoorenberg, Jan: De gemeentelijke archiefdienst II en III, In: ’t Gruun Buukske 1978. Heemkundekring Kempenland Eindhoven, 1978, 30 e.v., 53 e.v.
-Houben L.G.A., Geschiedenis van Eindhoven, Eindhoven 1889, 119.